Het is een herkenbaar tafereel: langzaam rijdend verkeer, een oplopende vertraging en een blik op de klok. Voor veel werknemers is filerijden onderdeel van de werkdag, maar juridisch gezien begint die werkdag pas later. In de basis geldt namelijk dat de tijd die iemand nodig heeft om van huis naar werk te reizen, geen arbeidstijd is. Wie in de file staat, doet dat dus in principe in eigen tijd.
De hoofdregel: woon-werkverkeer is eigen verantwoordelijkheid
Dat uitgangspunt voelt voor veel mensen logisch, maar wringt ook. Want hoewel de werknemer formeel zelf verantwoordelijk is voor zijn woon-werkverkeer, heeft de werkgever indirect wel degelijk belang bij een voorspelbare en efficiënte reistijd. Toch blijft de hoofdregel overeind: vertraging door files komt in beginsel voor rekening van de werknemer. Komt iemand te laat, dan zal die tijd meestal moeten worden ingehaald of blijft deze onbetaald.
Wanneer reistijd wél arbeidstijd wordt
Interessanter wordt het wanneer de grens tussen woon-werkverkeer en werk zelf vervaagt. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij werknemers die geen vaste werkplek hebben. Denk aan monteurs, adviseurs of servicemedewerkers die direct vanuit huis naar een klant reizen. In zulke situaties is de vraag niet langer waar iemand naartoe reist, maar onder welke omstandigheden dat gebeurt. De juridische kernvraag luidt dan: staat de werknemer tijdens die reis ter beschikking van de werkgever?
Hof van Justitie
Juist op dat punt heeft het Europees recht voor een belangrijke verschuiving gezorgd. In een spraakmakende zaak uit 2015 oordeelde het Europees Hof van Justitie dat reistijd onder omstandigheden wél als arbeidstijd moet worden gezien. In die zaak had een Spaanse werkgever zijn regiokantoren gesloten, waardoor werknemers voortaan direct vanuit huis naar hun eerste klant moesten reizen. Wat voorheen begon op kantoor, begon nu aan de voordeur.
De werkgever beschouwde die reistijd als rusttijd, maar het Hof ging daar niet in mee. Doorslaggevend was dat de werknemers tijdens hun reis niet vrij over hun tijd konden beschikken. Ze moesten op tijd bij klanten zijn, ontvingen instructies en stonden feitelijk al onder gezag van de werkgever. De reis werd daarmee niet gezien als een privékeuze, maar als een noodzakelijk onderdeel van het werk. Dat het vertrekpunt het huisadres was geworden, deed daar niets aan af; dat was immers het gevolg van een organisatorische beslissing van de werkgever.
Die redenering maakt duidelijk dat het onderscheid tussen werk en reistijd minder zwart-wit is dan vaak wordt gedacht. Zeker wanneer werkgevers hun organisatie anders inrichten, bijvoorbeeld door vestigingen te sluiten of werknemers flexibel in te zetten, kan reistijd juridisch van karakter veranderen. Wat eerst privé was, kan ineens onderdeel van het werk worden.
Gevolgen
Dat heeft ook praktische gevolgen. Zodra reistijd als arbeidstijd moet worden aangemerkt, valt deze onder de regels van de Arbeidstijdenwet. Werkgevers moeten dan rekening houden met maximale werktijden, verplichte rustmomenten en pauzes. In de praktijk kan dat betekenen dat een lange reisdag al snel leidt tot overschrijding van de toegestane werktijd, met alle risico’s van dien, zoals vermoeidheid en gezondheidsklachten.
Opvallend genoeg betekent het kwalificeren van reistijd als arbeidstijd niet automatisch dat die tijd ook op dezelfde manier moet worden betaald. Het Europees recht maakt namelijk onderscheid tussen wat arbeidstijd is en hoe die tijd wordt beloond. Werkgevers houden daarin een zekere vrijheid, tenzij cao-afspraken of contractuele bepalingen anders voorschrijven.
In de dagelijkse praktijk blijft de spanning bestaan. Aan de ene kant is er de juridische helderheid van de hoofdregel: woon-werkverkeer is geen arbeidstijd en filetijd is dus voor de werknemer. Aan de andere kant groeit het besef dat die regel niet altijd recht doet aan de werkelijkheid van modern werken, waarin flexibiliteit, mobiliteit en bereikbaarheid centraal staan.
Werkgevers proberen dat spanningsveld steeds vaker op te vangen met praktische oplossingen, zoals flexibelere werktijden of de mogelijkheid om thuis te werken op drukke dagen.
Uitgangspunt blijft echter: woon-werkverkeer is geen werktijd en file komt voor rekening van de werknemer.
Ten slotte
Wilt u weten hoe dit in uw specifieke situatie zit, of twijfelt u of reistijd als werktijd moet worden gezien? Dan is het verstandig om juridisch advies in te winnen. Zo voorkomt u discussie achteraf en zorgt u voor duidelijke afspraken over werktijd, reistijd en eventuele vergoeding.
Auteur:
mr. J.A.M. (Juliëtte) Sampers, advocaat bij Van der Leeuw Advocatuur te Roermond.
Gespecialiseerd in contractenrecht.