In contracten zien we het regelmatig: uitgebreide bepalingen over “onvoorziene omstandigheden”. Begrijpelijk, want niemand wil voor onaangename verrassingen komen te staan. Toch schuilt hierin een valkuil.
Wat zijn onvoorziene omstandigheden?
Artikel 6:258 BW biedt de rechter de mogelijkheid om een overeenkomst met terugwerkende kracht te wijzigen of te ontbinden wanneer zich onvoorziene omstandigheden voordoen. Dit kan alleen als deze omstandigheden zo ingrijpend zijn dat het, volgens de maatstaven van redelijkheid en billijkheid, niet verwacht kan worden dat de overeenkomst ongewijzigd in stand blijft.
Het idee is dus simpel: iets gebeurt wat buiten de verwachtingen van partijen viel.
Een ‘onvoorziene omstandigheid’ betekent een situatie waar in de overeenkomst geen rekening mee is gehouden, ook niet stilzwijgend.
Hoe leg je dit contractueel vast?
Het lijkt aantrekkelijk om in een contract expliciet op te nemen wat onder “onvoorziene omstandigheden” valt. Denk aan:
- pandemieën;
- oorlogen;
- grondstoffenschaarste;
- extreme prijsstijgingen.
Maar hier zit de denkfout. Zodra je een omstandigheid benoemt in het contract, is die juridisch gezien niet langer “onvoorzien”. Immers: partijen hebben er expliciet over nagedacht en deze situatie contractueel geregeld. Daarmee verschuift het vraagstuk:
- Niet langer: is dit onvoorzien?
- Maar: wat hebben partijen hierover afgesproken?
De rechter zal dan in beginsel terughoudend zijn om alsnog via het leerstuk van onvoorziene omstandigheden in te grijpen. Contract = contract.
Wat zegt de rechtspraak?
Een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant 16 april 2025 ECLI:NL:RBOBR:2025:2392 bevestigt dit beeld. Een onderaannemer wilde € 98.000 extra vergoeding wegens prijsstijgingen door corona, oorlog en energiecrisis.
De vordering werd afgewezen omdat:
- niet concreet was aangetoond dat de kosten daadwerkelijk waren gestegen
- het causale verband ontbrak
- een deel van de omstandigheden (zoals corona) al voorzienbaar was
- prijsstijgingen in beginsel tot het ondernemersrisico behoren
Zelfs een kostenstijging van circa 8% was onvoldoende om het contract open te breken.
Praktische tip voor een goede risicoverdeling
Een effectieve risicoverdeling begint niet met het labelen van omstandigheden als “onvoorzien”, maar met het concreet uitwerken van wat er gebeurt als een bepaald risico zich voordoet. Contractueel kan worden bepaald dat prijsstijgingen voor rekening van de andere partij komen.
Denk verder aan het opnemen van een duidelijke prijsherzieningsclausule, waarin objectief meetbare triggers worden vastgelegd, zoals specifieke indexcijfers (bijvoorbeeld CBS- of branche-indices), bandbreedtes (zoals een drempelpercentage) en een transparante rekenmethodiek. Combineer dit met procedurele afspraken: wanneer moet een partij een prijsstijging melden, welke informatie moet worden overgelegd en binnen welke termijn wordt heronderhandeld of aangepast. Door niet alleen het risico te benoemen, maar ook het mechanisme van verdeling en afwikkeling vast te leggen, voorkom je discussie achteraf en verklein je de afhankelijkheid van het strenge leerstuk van onvoorziene omstandigheden.
Auteur:
mr. R.A.J. van der Leeuw, advocaat bij Van der Leeuw Advocatuur te Roermond.
Gespecialiseerd in contractenrecht.